Eindelijk is het zo ver. Mijn eerste triathlon van het seizoen komt er aan. In mijn agenda was het nog niet gelukt om er eerder dit jaar eentje te plannen. Nu is het eindelijk zo ver: de 010 Triathlon 2018 in Rotterdam. Op het terrein van de NK Sprint Triathlon. Natuurlijk heb ik dan ook gekozen voor de sprint afstand, dan kan ik mezelf meteen vergelijken met de Nederlandse top. En zien hoe ver dat achter me ligt. 🙂 Dat belooft wat moois te worden.

Ik ben bij deze triathlon uitgekomen omdat ik op 17 juni de kwart triathlon in Rosmalen doe, en daarvoor nog een korte afstand wilde doen om even in het wedstrijd ritme te komen. Toen zag ik deze op de NTB kalender staan en maar besloten daarvoor in te schrijven.

Het zou mijn eerste sprint afstand worden. Vorig jaar wel een aantal achtsten gedaan, dus dit zou een mooie voor de afwisseling zijn. In plaats van de 500 meter zwemmen bij de 1/8 doen we er bij een sprint 750. De overige afstanden (fietsen 20km, lopen 5km) blijven gelijk. In verhouding is het zwemmen dus een groter deel van de wedstrijd.

Qua trainingen heb ik niks aangepast om specifieker voor deze kortere afstanden te trainen. Mijn focus blijft dit hele seizoen op de halve in Almere liggen. Geen kortere trainingen op hogere snelheid om tijdens de sprint sneller te kunnen zijn. Deze wedstrijd is voor mij een B wedstrijd en daarmee eigenlijk onderdeel van mijn trainingen.

Wil je meteen mijn eind- en tussentijden weten, dan kan dat hier.

 

De voorbereiding

In overleg met mijn vrouw had ik me ingeschreven voor de tweede serie, die om 11.00 start. Dit was voor ons handigste met name met de organisatie rondom ons zoontje, qua slapen en eten.

Om de zondag zelf niet in de stress te hoeven raken en daarmee spullen te vergeten heb ik de dag ervoor al mijn spullen verzameld.

Eerst de hele wedstrijd in mijn hoofd doorlopen en de spullen die ik daarbij nodig heb alvast bij elkaar leggen. Wat moet ik vooraf aan doen, wat heb ik nodig bij het zwemmen, tijdens het fietsen en voor het hardlopen. En welke spullen heb ik nodig vooraf en achteraf qua eten en drinken bijvoorbeeld.

Als alle spullen de dag van te voren bij elkaar klaar liggen ben ik tevreden. De ochtend erna doe ik pas alles in mijn tas, zodat ik nog een keer het hele rijtje na kan lopen.

Om in de ochtend wat tijd te besparen zet ik ook alvast de fietsendrager op de auto en zorg ik dat mijn fiets helemaal in orde is voor de race.

De laatste voorbereiding heeft niks met triathlon te maken, maar is nog een stuk belangrijker: de kinderspullen.

Wat moeten we allemaal meenemen voor hem. Zijn luiertas, zijn hapjes en drankjes voor tussendoor, de maxi-cosi en kinderwagen enz. Dat is nog een grotere organisatie dan de paar spullen voor de wedstrijd. Al worden we daar wel een stuk beter in nu we er al bijna 8 maanden aan hebben kunnen wennen.

 

De ochtend vooraf

Natuurlijk wordt ons zoontje gewoon netjes rond 6:00 wakker. Dus papa is op tijd wakker om zichzelf klaar te maken voor de wedstrijd vandaag. Eerst even een flesje maken en tussendoor voor mijzelf een gezonde ontbijt smoothie. Natuurlijk met goede ingrediënten om de race aan te kunnen.

In de ochtend nog even mijn spullen controleren en alles in een handige volgorde in mijn tas doen. De laatste spullen verzamelen en alles in de auto stoppen.

Mijn fiets op de fietsendrager zetten en de wielen zelf nog even vastbinden met oude veters. Er zitten op onze fietsendrager wel spanbandjes om de wielen vast te zetten maar die zijn natuurlijk te kort voor mijn 88mm Edco wheels van mijn triathlonfiets.

Goed op tijd vertrekken we richting Rotterdam. Ik voer de bestemming in op Google Maps en volg de navigatie. Daarmee kom je blijkbaar niet op de goede plek terecht, dus moeten we op het laatst nog even een stukje terugrijden om de juiste afslag te pakken.

We zijn iets voor 10.00 op het terrein nadat we de spullen uit de auto hebben gehaald en een korte wandeling gemaakt hebben.

Om 10.00 start de eerste serie wat mij meteen de mogelijkheid geeft om de start te zien. Dat geeft mij meteen een goed beeld van hoe het georganiseerd is en hoe de wisselzone werkt.

Normaal loop ik dit zelf allemaal langs om het in mijn geheugen te krijgen, maar dit geeft me net iets meer informatie. Daarnaast is het natuurlijk altijd leuk om anderen bezig te zien en te kunnen aanmoedigen.

 

 

Wisselzone inrichten

Nadat ik mezelf omgekleed heb is het tijd om mijn spullen klaar te zetten in de wisselzone. Tijdens de fietscheck krijg ik nog complimenten omdat mijn fiets er zo netjes uit ziet.

Schijnbaar is het niet standaard dat mensen hun fiets nog even oppoetsen voor een wedstrijd? Voor mij de normaalste zaak van de wereld.

Ik word netjes door een vrijwilliger begeleid naar het plekje waar ik mijn spullen kwijt kan. Gelukkig sta ik redelijk aan het eind van een rek.

Ik zie al meteen dat de man aan de andere kant van mijn plek zijn spullen wel erg ruim heeft neergezet, waardoor zijn fiets midden op mijn plek uitkomt.

Ook weigert hij mee te werken als een vrijwilliger vraagt of hij zijn grote sporttas op de daarvoor bestemde plek wil leggen in plaats van bij zijn fiets.

Gelukkig wil hij op mijn verzoek zijn spullen wel wat inschikken zodat in ieder geval onze fietsen niet in gevecht gaan komen.

Mijn fiets hang ik netjes op het rek. Handdoekje rechts naast mijn voorwiel. Fietsschoenen vooraan op de handdoek, hardloopschoenen daar achter.

Ik heb (nog) geen triathlon specifieke fietsschoenen, dus een flying mount met mijn schoenen al op mijn fiets zit er bij mij nog niet in. Dat is misschien iets om volgend jaar eens wat mee te gaan doen.

Mijn Garmin Edge 520 klik ik op mijn stuur en zoek de beste manier op mijn helm kwijt te kunnen. Normaal leg ik die het liefste op zijn kop op mijn aero bars, zodat ik ‘m meteen op mijn hoofd kan zetten.

Schijnbaar is mijn positie zo veranderd dat de aero bars te dicht bij elkaar staan om mijn helm genoeg ondersteuning te bieden. Dan maar over het stuur hangen en een extra draai ermee moeten maken.

Als alles klaar staat loop ik nog richting mijn vrouw en zoontje die lekker op het terras zitten en zie ik dat mijn andere supporters (ouders, zus met man en dochtertje) er ook net aan komen.

Het is ondertussen net iets later dan 10:30, dus na even gekletst te hebben is het tijd om mijn wetsuit gedeeltelijk aan te trekken en dan richting de start te lopen voor de briefing.

 

Het zwemmen

Bij de briefing doe ik de bovenkant van mijn wetsuit aan en probeer ik zelf mijn rits dicht te krijgen met het altijd handige touwtje.

Dit ziet er schijnbaar zo onhandig uit dat iemand direct aanbiedt om me even te helpen. Veel gemakkelijker en sneller.

Tijdens de briefing vragen er nog wat mensen aan me hoeveel rondje ze nou precies moeten. Waarop ik aangeef dat ik mijn horloge gewoon in de gaten hou en dan wel weet hoeveel ik nog moet. Maar het zijn 4 rondjes fietsen en 2 keer heen en weer lopen.

Na de briefing zet ik mijn badmuts en zwembril op en duik ik met de anderen het water in. Even een kort stukje inzwemmen om aan het buiten water te wennen.

Dit jaar voor mij de eerste keer dat ik niet in het zwembad lig. Het was er nog niet van gekomen om in het buiten water te trainen.

De watertemperatuur is net boven de 20 graden, en daarmee is er weinig kouds aan dus. Maar zolang ik een wetsuit aan mag dan doe ik dat. Ik heb nog meer profijt van het drijfvermogen dat het oplevert dan dat het mij tijd kost om ‘m uit te trekken tijdens de wissel.

In het water klets ik nog even met iemand voor wie het zijn eerste triathlon wordt. En dan klinkt plotseling het startschot al.

Lekker de aandacht erbij gehouden dus. Misschien dat ze kunnen invoeren dat er afgeteld wordt zodat iedereen de focus heeft dat de start er aan komt?

Maar goed, we zijn weg. De chaos in het water valt me alles mee en ik zoek snel een goede positie waar ik niet te veel last heb van anderen. Focus op de eerste boei en proberen in een rechte lijn daarheen te zwemmen.

Tijdens het meelopen met de eerste serie zei ik nog tegen mijn vrouw dat ik waarschijnlijk wel ter hoogte van het bootje zou zwemmen, net voor het midden van de groep.

Het eerste stuk zag ik ook netjes het bootje tijdens het ademen. Op een gegeven moment merk ik dat ik een stuk voor het bootje kom te zwemmen.

Ook zie ik weinig anderen meer om mij heen. In gedachten bedenk ik me dat ik dan waarschijnlijk redelijk in de voorhoede moet zitten.

Mijn supporters houden daar ook geen rekening mee en moedigen iemand anders aan die schijnbaar een vergelijkbaar wetsuit aan heeft.

Hopelijk heeft hij/zij wat aan mijn supporters gehad ook. De foto’s en filmpjes kunnen we nog nasturen. Van mijn zwemonderdeel is er deze keer geen beeldmateriaal gemaakt dus.

Ik blijf netjes van boei tot boei zwemmen, zo veel mogelijk in een rechte lijn. Dat is immers de kortste weg en ik wil zo min mogelijk extra meters maken.

Ja, daar hou ik rekening mee, ook tijdens hardloopwedstrijden pak ik als een Max Verstappen de ideale lijn om zo min mogelijk meters te maken.

Vlakbij het einde waar we het water uitgaan zwem ik rechts langs de laatste kleinere boei en wordt er vanaf de kant door een vrijwilliger geroepen dat ik terug moet om de boei heen. Dus toch nog wat extra meters moeten maken.

Ik kom met 3 anderen redelijk tegelijk aan bij de 2 ladders die in het waters staan om eruit te klimmen.

Als ik uit het water ben probeer ik zo snel mogelijk het touwtje van m’n wetsuit te pakken te krijgen om het bovenstuk uit te kunnen doen. Dit lukt redelijk goed en zo snel mogelijk loop ik naar mijn fiets toe.

Wetsuit naar beneden trekken en met mijn benen zo goed mogelijk uitkrijgen terwijl ik tussendoor mijn helm op zet. Fietsschoenen aan en met de fiets naar het startpunt, met twee man net voor me.

Ik doe wel een soort flying mount met mijn schoenen al aan, de twee voor mij niet dus ik manoeuvreer er meteen omheen en zet even aan om op snelheid te komen.

 

Door naar mijn sterkste onderdeel; het fietsen

Vlak na de start van het fietsen moeten we meteen het bruggetje van en naar het terrein over. Om het toegankelijk te houden hebben we maar de helft van de breedte om overheen te gaan, en na de brug is er meteen een scherpe bocht naar links. Daarvoor moet ik elk rondje even kort flink in de remmen. Daarna weer aanzetten en zo goed mogelijk doortrappen.

Het rondje zijn twee lange stukken met aan beide einden een ongeveer gelijk stukje aan bochten.

Het lange stuk op de heenweg hebben we wind tegen, en het stuk terug richting de start/finish wat wind mee. Ik merk snel dat ik op het tegenwind stuk rond de 35 km/u kom en het andere stuk trap ik geregeld net boven de 40.

Bij de start/finish stuk staan mijn supporters elke rond hard te schreeuwen wat me altijd net wat extra energie geeft om door te gaan.Tijdens mijn tweede rondje besluit er op het lange meewind stuk ineens een groepje ganzen over te steken net voor mijn fiets waardoor ik nog flink moet afremmen om er niet eentje van te raken. Daarna weer gas er op en gaan.

Het hele fiets onderdeel gaat lekker en ik kan mijn snelheid goed vasthouden zonder enige problemen. Doordat het meerdere rondjes op het zelfde parcours zijn merk ik dat het bij het eerste rondje vrij leeg is en het langzaam begint vol te lopen.

Op het laatste stuk voor de wissel probeer ik toch even of ik met één hand mijn schoenen open kan krijgen zodat ik eraf kan springen. Om ook het stuk door de wisselzone niet op mijn fietsschoenen te hoeven lopen. Jammer genoeg lukt het met niet om de gesp zelf open te krijgen, en dus afstappen met schoenen nog aan.

Bij het lopen door de wisselzone zit er net een fietser van een estafette team voor me die besluit om bij de doorgang naar mijn rij zijn beurt over te geven aan hun hardloper. Daardoor moet ik een klein omweggetje maken om toch bij mijn spullen uit te komen.

Aangekomen bij mijn plekje hang ik mijn fiets op, mijn helm hang ik weer aan het stuur. Dan mijn fietsschoenen uit en hardloopschoenen aan.

De week voor deze wedstrijd had ik nog blaren gelopen op beide voeten toen ik besloot even te trainen zonder sokken.

Voor de wedstrijd heb ik wel blarenpleisters geplakt maar die zag ik na het zwemmen al half los hangen. Bij het aandoen van mijn hardloopschoenen zag ik dat ze weinig effect meer zouden hebben, maar goed.

 

Mijn zwakste onderdeel: Het lopen

Hoewel ik altijd dacht dat zwemmen mijn zwakste onderdeel zou blijven is dat ben ik bang toch het lopen geworden.

Als we uit de wisselzone komen moeten we direct een steile helling op en af om van op de hardloopbaan te komen. Dit kost me zichtbaar wat moeite omdat mijn benen ook moeten wennen aan het lopen na het fietsen.


     

Het is een stuk van ongeveer 1,25 kilometer dat we twee keer op-en-neer moeten lopen om aan de 5 kilometer te komen. De eerste heenweg kost me het meeste moeite om mijn benen aan de omschakeling te laten wennen.

Ik zie dat mijn tempo een stuk boven de 5:00 ligt en moet er dus werk van maken wat sneller te gaan. Gelukkig voelt het na de eerste heenweg wat beter en krijg ik mijn tempo omhoog naar de 4:50.

Super frustrerend is dat je tussendoor ingehaald wordt door nog hele fitte hardlopers, die natuurlijk onderdeel zijn van een estafette team. Zij hebben nog niet gezwommen en gefietst dus lopen je zonder moeite voorbij. In deze serie staan er dan ook teams op 6 van de 12 plekken voor mij in de eindstand.

Verder gaat het lopen best lekker en heb ik minder last van mijn kapotte blaren dan ik vooraf verwacht had. Of dat door de wedstrijd adrenaline komt weet ik niet, maar het scheelt een hoop geklungel dat ik redelijk door kan lopen.

Het laatste stuk richting de finish dan. Normaal hou ik de eindtijd altijd in de gaten om te checken of ik nog een sprintje moet doen voor een leuke ronde tijd.

Deze keer gaat het net wat anders. In mijn ooghoek zie ik ineens iemand aan komen sprinten die mij vlak voor de finish nog wil gaan inhalen. Ik zie het net op tijd en kan nog flink aanzetten om samen sprintend over de finish te komen.

De omroeper noemt daarbij mijn naam nog wat altijd leuk is. En uiteindelijk blijk ik net een fractie van een seconde voor hem over de finish te zijn gekomen. Yes! Lekker dan.

Mijn eindtijd ben ik helemaal vergeten om naar te kijken. Op mijn Garmin 735XT zie ik 1:16:56 staan. Waar ik dik tevreden mee ben. Die officiële tijd komt later wel. Al weet ik dat ik normaliter erg nauwkeurig kan timen.

 

De cijfers

Waar het dan allemaal om te doen is; de cijfers.

Ja, natuurlijk; meedoen is belangrijker dan winnen. En je moet er vooral van genieten en niet bezig zijn met je tijden. Alleen als je je zelf wilt kunnen verbeteren dan zul je wat meetbaars moeten hebben, zodat je de volgende keer weer kunt meten en dat met elkaar kunt vergelijken.

Dus ja, het gevoel tijdens een race is belangrijk, maar dat is niet te meten. Wat kunnen we dan wel meten en gebruiken? Juist, de tijden. Dus hier komen ze:

 

Een eindtijd van 1:16:57. Daar ben ik erg tevreden mee! En maar één seconden langzamer dan ik zelf getimed had met mijn horloge.

In de serie waar ik in meedeed eindigde ik daarmee op plaats 13. Van alle plaatsen boven mij waren er 6 teams, die vind ik er helemaal niet bij horen qua concurrentie. Van de overige 6 die dan overblijven waren er vier uit de categorie H40, en twee uit mijn categorie H24. Als er dus een podium per categorie, per serie was had ik mooi een derde plaats weten te bemachtigen! Yes.

Als ik dan even kijk naar de categorie eindstand val ik in Mannen Senioren (geen H24 en H40 meer dus?). Daar kom ik terecht op een 17e plaats qua eindtijd, van de 114 deelnemers. Na het zwemmen op plaats 22. Mijn fietstijd was goed voor een 16e plaats, en na het fietsen kom ik uit op plaats 8. Met lopen kom ik niet verder dan een 57e plaats waarmee ik dus eindig als 17e.

Ook nog even overall bekijken. 58 van de 437. Het zwemmen was goed voor een 70e plaats. Fietsen overall deed ik als 37e, waarmee ik daarna op plaats 33 terecht kwam. Wederom zak ik, door mijn 122e hardlooptijd, terug naar plaats 58.

 

Mijn leerpunten

Altijd goed om even stil te staan bij wat er te verbeteren valt voor de volgende keer. Overall ben ik erg tevreden hoe het ging maar er zijn nog wel wat puntjes die aandacht verdienen.

  • Bij de start in het water beter opletten voor het startschot
  • Meer koppeltrainingen om de overgang van fietsen naar lopen soepeler te laten gaan
  • Meer hardlopen
  • Vaker hardlopen
  • Langer hardlopen
  • Sneller hardlopen
  • Te veel tijdsverlies tijd bij het hardlopen
  • Eerder trainen zonder sokken om blaren te voorkomen
  • Rustig opbouwen met trainen zonder sokken
  • Als ik vaker korte afstanden ga doen moet ik ook gaan trainen op de wissels
  • Mijn voeten zo snel mogelijk laten herstellen voor de kwart triathlon in Rosmalen op 17 juni

Ondertussen ben ik natuurlijk vooral nog verder aan het aftellen naar mijn eerste halve triathlon in Almere.

Pin It on Pinterest

Share This